Menu

Mattias. Wat dacht je toen. Wat deed je nog.

(pag 194)

De lichtjes waaiden meteen uit. Het was alsof ze opgaven. Ik moest denken aan wat Sara een keer zei.

(pag 194)

Toen drong alles tot me door. En het kon nog.

Ik kroop onder het bed en trok een van de plastic bakken tevoorschijn. Onderin vond ik de weekendtas die ik zocht. Ik deed er wat ondergoed in, te veel kleren, een toilettas en drie boeken.

Ik reed de wijk uit, nam de rotonde voor driekwart, schakelde naar z’n drie. De zon scheen nog altijd door de schemering heen. Het leek of ook die benieuwd was hoe het zou aflopen.

(pag 195)

We zijn niet stuk. We doen dit. Kijk ons dan, kijk dan, we doen dit.

(pag 200)