Menu

Soms lukt het haar nog, op zeldzame momenten – en ik zeg dat het háár lukt, Anna, niet dat het mij lukt. Het lukt haar om zichzelf naar me toe te brengen in haar vorm, haar kleuren, haar bewegingen, haar handen en haar rug en haar mond, ze brengt alles naar me toe en dan is er even geen gemis van welke aard dan ook, want wat is er verder nodig, wat kan er zijn buiten die grenzen?

(pag 150)

‘Nog twee kilometer’, en dat ik zei dat ik nog wel wat overhad voor een eindsprint. Hij niet, zei hij, dus we bleven dat tempo volhouden, het bandje dat hij die dag op het strand niet kwam afgeven danste tussen onze polsen, de mensen langs de weg schreeuwden naar ons, en in de laatste kilometer kon ik hem bijna niet verstaan, behalve dat hij aftelde, hij zei: ‘Nog achthonderd meter, nog vijfhonderd, nog driehonderd, nog honderd, Chris, blinde Chris. Godver, blinde Chris, je gaat het halen, man.’

(pag 165)