Menu

Ik kan niet meer zeggen dat ik er nu eenmaal een bourgondische levensstijl op na houd. Iemand ben die weet hoe je hoort te genieten van het leven. Ik heb geen vast groepje bevriende drinkers op het terras zitten die ik kan begroeten met een opgewekt ‘Heren van het goede leven’, om er daarna bij te gaan zitten, steeds tegen de serveerster grappend dat ze maar snel een nieuwe moet brengen want ‘ze verdampen zo snel’.

Ik zit in het defensief. De dag begint op achterstand en ik kan mezelf alleen nog bijhouden door te drinken.

(pag 89)