Menu

Dat hij had gezegd: Jij blijft mijn moeder.
Dat zij had gezegd: Kom dan naar huis.
Dat hij had gezegd: Dat kan niet meer.

(pag 182)

Er blijft een bal liggen, midden op het plein. Een jongetje, klein van stuk, trekt zich bij het zebrapad los bij de fiets van zijn moeder en rent dan met een rotgang terug, richting de bal. De vrouwen kijken samen toe hoe hij de bal aan de voet meeneemt en weer op tijd bij zijn moeder is voor het groene licht. Hij pakt een van de flappen van haar fietstas vast, zoals zij hem geleerd moet hebben, en samen steken ze over.

(pag 188)